Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • juf johanna
    Bezoekers:
  • lettervissen

    lettervissen

    spaar deksels van potten en zet daar letters op. Maak een mooie vijver van blauw karton (of schilder een mooie vijver op een laken) en leg de deksels op de vijver. Laat de kids nu de 'letters' opvissen met een hengel (gemaakt van een stok met een touw en een magneet eraan)

  • vendiagram maken mbv hoepels
  • Woordpakketzin.

    Schrijf 6 woorden uit het woordpakket over. Maak met 2 woorden een zin. Maak een tekening van de zin.

  • Woordenboek maken.

    Kids maken met zijn allen een woordenboek met de woorden van de week. Ieder kind krijgt een woord en schrijft de betekenis op, maakt er een tekening van, gebruikt het woord in een zin.

     

  • waar horen de woorden?
  • Waar horen de woorden?

    Maak een woordwolk en laat de kids de woorden uit de woordwolk in de goede rij zetten.

  • Hobbeldebobbelspellen.

    De kids schrijven de woorden in blokletters met wasco op ruwe achtergrond. Zo komt de structuur van de achtergrond goed naar voren.

  • Wordmaze.

    Maak met een generator een woordenmaas. Laat de kids de maas oplossen.

  • Woordentabel.

    De kids zoeken in een woordenwolk op hoevaak de woorden voorkomen in de woordwolk. Elke keer als ze een woord vinden, geven ze dat aan in de staafdiagram.

  • Spellingzeeslag. De kids maken een veld met 5 woorden zoals bij zeeslag gedaan wordt. Deze woorden komen uit de categorie van de week. Dan gaan ze op zoek naar de woorden van de ander. Bij elke bom die raak is, krijgen ze een letter. Wie heeft als eerste alle woorden van de tegenstander gevonden?

  • vier keer hetzelfde of vier keer anders?
  • Vier keer hetzelfde of vier keer anders?

    De kids schrijven de woorden uit het pakket vier keer over met verschillende materialen. Zo ontdekken ze het verschil tussen de verschillende schrijfmaterialen.

  • Woordzoeken.

    Typ woorden in een woordwolk en verklein ze. Nu moet de leerling de woorden opzoeken dmv een vergrootglas en ze netjes opschrijven.

  • Bloempennen. Koop nepbloemen, bloemtape en pennen. Laat een klein stukje steel aan de bloem zitten en zet de bloem op de pen. Tape de bloem aan de pen met bloemtape en klaar is je bloempen!

  • (on)zinwoordenmaker.

    Met een ijslolliestokje en een omhulsel, kunnen de kids zelf woorden maken met dezelfde uitgangen of beginsels. Ook onzinwoorden komen hierbij aan bod.

  • Woordweb.

    Maak een woordweb met woorden uit een tijdschrift.

  • Woordkoning/woordkoningin
  • Woordkoning/woordkoningin.

    De woordenkoning/woordenkoningin stelt vragen over zijn/haar woord uit het woordenpakket. Zo moet hij/zij erachter komen welk woord er op zijn/haar kroon staat.

  • Welk woord ben ik?

    Kind krijgt een muts op met een woord uit het woordpakket. Hij/zij loopt rond met een blad met vragen en krijgt de antwoorden van zijn klasgenoten. Als hij/zij alle antwoorden heeft, mag hij/zij raden welk woord hij/zij is. De vragen zijn: Wat voor soort woord ben ik (dier, ding enz.) Wat ben ik NIET? Geef me een tegenovergesteld woord. Geef me een synoniem. Geef een woordenboekomschrijving van mijn woord.

  • Boggle.

    Hoeveel woorden vind het kind in het vierkant?

  • Woorddobbelen.

    Kids schrijven 20 woorden op de woorddobbelsteen. Vervolgens gooien ze met de dobbelsteen. Iedere keer schrijven ze het woord op de bovenkant van de dobbelsteen over. Wie heeft als eerste alle woorden?

    bouwplaat achter de foto.

  • Woordenrace.

    Kinderen worden verdeeld in groepjes. De leerkracht zet drie of vier (ligt aan het aantal groepjes) categorieën op het bord. De kinderen krijgen twee minuten om zoveel mogelijk woorden uit die categorie op het bord te schrijven. (de stift wordt telkens doorgegeven) Het groepje met de meeste woorden wint.

  • Woordbingo.

    Een ieder uit het groepje krijgt een bingovel. Een kind leest de woorden uit het woordpakket op. Wie heeft als eerste bingo?

  • Woordmeppen.

    Een kind leest de woorden uit het woordpakket op. De andere kinderen proberen zo snel mogelijk op de woorden te meppen. Wie het eerst mept krijgt het woordkaartje. Degene met de meeste woordkaartjes wint.

  • Regenboogwoordspel.

    Kids gooien om beurten met de dobbelsteen en schrijven de woorden in de kleur die de dobbelsteen aangeeft.

  • typen met vliegenmepper
  • typen met vliegenmepper

    maak een toetsenbord na op een groot doek (of douchegordijn) en laat de kids met een vliegenmepper de woorden 'typen'.

  • Woordkristallen.

    Schrijf woorden uit het woordpakket op de sneeuwster.

  • Woordvingerprint.

    Kids makeneen vingerprint van woorden uit het woordpakket van de week. Daarna mogen ze kleine illustraties erbij tekenen.

  • Woordschilderij.

    Schrijf ongeveer 15 verschillenden woorden op een wit blad. Maak de letters niet allemaal even groot, maar wissel de lettergrootte af. Maak dan een verdeling op het blad met lijnen. Vervolgens kleur je alle verschillende vlakjes. 

  • Mindmap.

    Maak een mindmap van de categorie van deze week.

  • Ipad typen.

    Kids schrijven 10 woorden uit het woordpakket over op de geplastificeerde Ipad. Dan 'typen' ze de woorden op de Ipad. Zo raken ze alvast gewend aan het toetsenbord op de computer (en Ipad, telefoon etc)

     

  • Kleuren op woord.

    kids krijgen een kleurplaat waar woorden in staan. Ieder woord heeft een eigen kleur. Nu kleuren ze de kleurplaat met de juiste kleuren.


  • Woordfamiliehuisjes.

    Kids vouwen huisjes en zetten op de zolder de letters van de familie. Dan schrijven ze woorden op kaartjes en maken er tekeningen bij. 

  • Tijdschriftwoorden.

    Kids knippen uit tijdschriften letters voor de woorden uit het woordpakket van de week.

     

  • Verfschrijven.

    Het kind 'schrijft' het woord op het verfzakje.

  • Blingblingletters.

    Laat de kids de woorden leggen met blingblingletters.

  • Verborgen spelling woorden
  • Verborgen spelling woorden.

    Schrijf met een wit krijtje op een wit papier de woorden. Ga er vervolgens met waterverf overheen. De woorden 'verschijnen' dan ineens.

  • Woordrappen.

    De kids pakken een microfoon en spellen al rappend: van de m naar de e naar de e naar de u naar de w spelt meeuw!

  • Letterspringplank.

    Kids nemen een woordkaartje en springen het woord op de letterspringplank.

  • Legodrukkunst.

    De kids drukken met legoblokjes de woorden in de klei.

  • Letterknijper. 

    De kids hebben een strook met de klinkers erop. De leerkracht zegt een woord en de kids zetten de knijper op de goede klinker.

  • Stuiterspellen.

    Kids pakken een bal en bij elke stuitering van de bal spellen ze een letter van het woord.

  • langeklankenstraat met tekendief
 
Add to Yurls